Verdiepende RI&E’s

Verdiepende RI&E's

Een van de belangrijkste eisen die aan een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) worden gesteld is de volledigheid. Dat betekent dat aan alle arbo-aspecten aandacht moet worden geschonken. Dit wordt vaak in algemene zin ook wel gedaan en wordt dan een algemene RI&E of globale RI&E genoemd. Globaal in de betekenis van ‘allesomvattend’, maar niet diepgaand. 
Vervolgens wordt -als dat wenselijk of wettelijk verplicht is- voor verschillende onderwerpen een verdiepende of aanvullende RI&E gedaan. Door zo te werk te gaan, eerst een ‘algemene’ RI&E en daarna onderwerp-specifieke verdiepende RI&E’s, wordt een cascadestrategie gevolgd: een proces dat in stappen wordt uitgevoerd. 

Verplicht volgens de wetgeving

Volgens de wet zijn voor bepaalde groepen of onderwerpen verdiepende RI&E's verplicht. 
In het Arbobesluit is bepaald dat voor de volgende groepen medewerkers en voor de volgende onderwerpen een nader omschreven (verdiepende) RI&E-verplichting geldt:

  • Jeugdigen (art 1.36);
  • Zwangere medewerkers en medewerkers tijdens de lactatie (art. 1.41); 
  • Aanvullende RIE beperking zware ongevallen met gevaarlijke stoffen (art 2.2 en 2.5b)
  • Psychosociale arbeidsbelasting (art. 2.15);
  • Veiligheids- en gezondheidsplan, inventarisatie specifieke gevaren bouwwerk (art. 2.28b);
  • Veiligheids- en gezondheidsdocument in de winningindustrie(art. 2.42);
  • Explosieve stoffen (art. 3.5c);
  • Gevaarlijke stoffen (art. 1.46, 4.1b en 4.2 en 4.2a);
  • Aanvullende registratie van kankerverwekkende of mutagene stoffen (art. 4.13);
  • Asbest (art. 4.2 en 4.47 en 4.54a en 4.54b);
  • Biologische agentia (art. 4.85);
  • Biologische agentia in diergeneeskunde en gezondheidszorg (art. 4.97);
  • Fysieke belasting (art. 5.3);
  • Beeldschermwerk (art. 5.9);
  • Geluid (art. 6.7 en 6.8);
  • Trillingen (art. 6.11b en c);
  • Kunstmatige optische straling (art. 6.12d en e);
  • EM-velden (art. 6.12k en l);
  • Arbeidsmiddelen (art. 7.3 en 7.23 en 7.23c);
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen (art. 8.2).

In de Arboregeling staat hierover vermeld:  

  • Procedures voor de systematische identificatie van de ongewenste gebeurtenissen en de evaluatie van de risico’s van zware ongevallen (art 2.0a);
  • Risico-inventarisatie en -evaluatie in verband met zware ongevallen bij mijnbouwwerken (art. 3.18 en 3.19);

Wanneer nu verdiepende RI&E’s? 

Wanneer er in het bedrijf slechts enkele beeldschermwerkplekken zijn of bijvoorbeeld in zeer beperkte mate met gevaarlijke stoffen worden gewerkt (enkele schoonmaakmiddelen), dan kunnen de risico’s van dit werk direct in de ‘algemene’ RI&E worden meegenomen. Dat kan ook voor veel van de andere onderwerpen die in bovenstaande opsomming zijn vermeld als deze slechts in beperkte mate voorkomen binnen het bedrijf. Het is dan overdreven om deze  later, conform genoemde cascade-aanpak, in aparte verdiepende RI&E’s te gaan onderzoeken.

Blijkt echter dat genoemde zaken veel breder in het bedrijf voorkomen en deze niet direct in de ‘algemene’ RI&E kunnen worden meegenomen, dan kunnen die later in de verdiepende RI&E’s hierover worden opgepakt. Zaak is wel om dit al in de algemene RI&E aan te geven en daarin tevens een voorstel te doen welke onderwerpen eerst en welke onderwerpen later worden opgepakt; dus een prioriteringsvoorstel op te nemen. 

En zoals gesteld: zolang die aanvullende RI&E’s nog niet zijn uitgevoerd, is de RI&E niet volledig. Ook geldt dat als de algemene RI&E getoetst moest worden, dit dan ook geldt voor  de verdiepende RI&E’s.

Wim van Alphen, PHOV arbeidshygiënist en hoger veiligheidskundige
 


Ga terug naar home