Ranking van risico’s

Wegen van de grootte van de risico’s

Om risico’s in grootte te kunnen beoordelen, zijn er diverse instrumenten. In de praktijk wordt veelal met het gezonde verstand en op intuïtie gewerkt. Niettemin kunnen dan soms verkeerde schattingen worden gemaakt. Meer rekenkundige modellen helpen de opsteller om tot een meer objectief oordeel over de grootte van het risico te komen. Dit omdat dan aan de hand van verschillende parameters vanuit verschillende invalshoeken naar de situatie wordt gekeken. Bekende modellen zijn het nomogram van Hemstra en de methode van Kinney & Wiruth (1976). Deze laatste wordt veelal ten onrechte aangeduid als de methode van Fine & Kinney. Dit omdat in eenzelfde periode (1971) ook Fine een model heeft opgezet dat sterk lijkt op dat van Kinney & Wiruth.

 

De rankingsmethode van Kinney&Wiruth
In de rankingsmethode van Kinney & Wiruth wordt voor concrete werksituaties uitgegaan van mogelijke concrete risicoscenario’s. Een scenario is een beschrijving van gebeurtenissen beginnend met een afwijking in een bepaalde situatie (een onveilige situatie) en leidend tot een (veelal ongewenst) effect.

 

Relatieve ranking
Bij de relatieve ranking van het risico worden drie elementen onderscheiden:

  • Wat kan er gebeuren (scenariobeschrijving met typering van een concreet gevolg/effect E)? Het effect kan bestaan uit materiële schade, lichamelijk letsel, maar ook uit milieuschade, financiële schade, imagoschade, enz.
  • Wat is de waarschijnlijkheid W dat dit specifieke scenario (met dat effect) optreedt, gegeven de beginsituatie?
  • Wat is de blootstellingsfactor? In de blootstellingsfactor B zit de blootstellingsfrequentie, de blootstellingsduur en soms ook het aantal personen dat wordt blootgesteld.

(Het product van W en B wordt ook vaak Kans genoemd).

 

De relatieve grootte van het risico 

Door per scenario getallen toe te kennen aan de W, B en E wordt een product van deze getallen verkregen die de relatieve grootte van het risico aanduidt. Deze kan dan gestaffeld worden in een volgende tabel

Risicoklasse  Omschrijving  
1 Zeer laag risico R <20
2 Laag risico  R=20-75
3 Middelmatig risico R=75-200
4 Hoog risico R=200-400
5 Zeer hoog risico R>400

Deze methode om de grootte van risico’s onderling te vergelijken, kan alléén toegepast worden op concrete werkplekscenario’s met te verwachten effecten. Dus ze mag niet gebruikt worden voor beleidszaken. Bijvoorbeeld het onvoldoende toegang hebben van een medewerker tot een arbodeskundige kan/mag niet in een risicoscore vertaald worden. Zoals beschreven in De RI&E kan misleidend zijn, mag de risicoweging ook niet worden toegepast op zaken die een wettelijke overtreding vormen. Die zaken moeten direct worden aangepakt en mogen niet op basis van een weging en een prioriteitskeuze in een plan van aanpak worden opgenomen dat gefaseerd in de tijd wordt uitgevoerd.

 

Prioritering van maatregelen

Vervolgens dient het bedrijf een keuze te maken in de prioriteiten van de te nemen maatregelen. Prioriteiten en risicoklassen zijn twee verschillende dingen. Het bepalen van de risicoklasse staat los van de keuze van de prioriteit, waarmee vervolgens maatregelen worden genomen om het risico terug te dringen.

 

Een bedrijf kan allerlei legitieme redenen hebben om aan de voorgestelde risicoklasse een lagere of hogere prioriteit te geven. Hierbij spelen niet alleen veiligheidskundige zaken een rol, maar ook aspecten/criteria als:

  • de effectiviteit (doeltreffendheid) van de te nemen maatregel(en);
  • de perceptie en beleving (de ernst) van het te reduceren risico;
  • het preventiepotentieel;
  • de praktische uitvoerbaarheid;
  • de omvang van de groep medewerkers die betrokken is;
  • het imago en de uitstraling van het bedrijf;
  • het economische belang;
  • de kosten-batenverhouding en de financiële haalbaarheid;
  • de combinatiemogelijkheden met andere plannen of maatregelen, zoals nieuwbouwactiviteiten, renovatieplannen, milieueisen, productkwaliteitsverbeteringen, organisatorische veranderingen of technische proceswijzigingen.
     

Het bedrijf kan dus qua prioritering afwijken van de voorgestelde risicoklasse. De managers zullen de keuzes moeten maken en deze moeten kunnen beargumenteren.

 

Multi Criteria Analyse

Een hulpmiddel bij het vaststellen van de prioriteit is de Multi Criteria Analyse (MCA). MCA is een methode om uit diverse oplossingen of beheersmaatregelen een rationele keuze te maken.

-        Allereerst wordt bepaald welke aspecten/criteria het bedrijf belangrijk vindt.

-        Aan elk aspect wordt een weegfactor toegekend (bijvoorbeeld 1 t/m 5). Deze weegfactoren geven aan hoe belangrijk het bedrijf elk aspect vindt. De weegfactoren zijn typerend voor het bedrijf en onafhankelijk van de betreffende maatregel. Zo zullen de kosten bij reactieve bedrijven zwaarder meetellen dan bij proactieve en generatieve bedrijven.

-        Als derde stap wordt voor elk criterium het belang van de betreffende maatregel aangegeven door het toekennen van een score (bijv. 0 t/m 4). ’0’ betekent dat het criterium nauwelijks of niet van toepassing is. Deze staan in de derde kolom van onderstaande voorbeeldtabel.

-        Als laatste worden de toegekende weegfactoren vermenigvuldigd met de scores en de producten opgeteld. Dit geeft per aspect/criterium een eindscore. Deze staan in de rechterkolom van de voorbeeldtabel genoemd.

 

Criterium

(voorbeelden)

Weegfactor van het criterium Score voor de specifieke maatregel

Product

(weegfactor x score)

Eisen vanuit de wetgeving 4 4 16
Kosten 3 4 12
Risicoklasse 2 1 2
Effect van de maatregelen 2 4 8
Imago van het bedrijf 4 0 0
Totaal score voor deze maatregel     38

De gevonden producten van verschillende criteria (rechterkolom) kunnen worden gebruikt om prioriteiten te stellen. Bij de indeling in prioriteiten kan een verdeling gemaakt worden in lage, middel en hoge prioriteit. Daaraan gekoppeld kunnen streefdata voor het begin en eind van de actie genoemd worden.

 

 

Wim van Alphen
Veiligheidskundige/arbeidshygiënist PHOV

Ga terug naar home