Nieuwe inzichten in het wegen van risicogrootte

Nadat bij de risico-inventarisatie de gevaren in kaart zijn gebracht en bepaald is of deze gevaren tot risico’s kunnen leiden, dient de grootte van de risico’s te worden bepaald. Immers, niet alle risico’s zullen even groot zijn en direct om actie vragen. Het bepalen van de grootte van de risico’s is het uitvoeren van de evaluatie zoals in de risico-inventarisatie en -evaluatie wordt bedoeld. Er wordt immers een waarde (value) toegekend aan de grootte van het risico: de risico-evaluatie.

Dit is een cruciale stap. Want wanneer een te lage risicoscore wordt toegekend, wordt ten onrechte aangeduid dat de situatie relatief veilig is. Het gevolg hiervan kan zijn dat er geen maatregelen genomen worden en dat de risicovolle situatie blijft bestaan.

Wanneer een te hoge risicoscore wordt toegekend, worden maatregelen genomen die eigenlijk niet nodig zijn en wat het bedrijf onnodig op kosten jaagt. Kosten die beter besteed hadden kunnen worden aan het aanpakken van echte grote risico’s.

In dit artikel wordt voor de weging verschil gemaakt in:

  • Concrete werkplekrisico’s
  • Wettelijke zaken
  • Beleidszaken

Weging van concrete werkplekrisico’s
Voor concrete werkplekrisico’s wordt vaak een indeling in drie of vijf risicoklassen gehanteerd: groot, midden en klein. Veelal wordt dan op basis van een concreet werkplekscenario gewerkt met de factoren risico = kans x effect. De kans wordt daarbij vaak uitgesplitst in waarschijnlijkheid (W) van het optreden van een begingebeurtenis en de blootstellingsfactor (B). Aan deze factoren worden waarden toegekend, waarna het product van de waarden van W, B en E de grootte van het risicogetal aangeeft.

Een waarschuwing is echter op zijn plaats. Met verschillende methodes, zoals de methode van Kinney & Wiruth of de methode van Fine, kan de weging leiden tot een zeer laag risicogetal. Dit kan het geval zijn als bijvoorbeeld de blootstellingsfactor zeer klein is. Niettemin kan er nog steeds een (mogelijk zeer kleine) kans bestaan op een zeer ernstig letsel of een dode. Wanneer het bedrijf deze effecten onacceptabel vindt (ook al is de kans daarop zeer klein), kan beter niet met de methode van Kinney & Wiruth of met de methode van Fine worden gewerkt, maar met een risicograaf. Bij de risicograaf kan het risicogetal bij een ernstig effect, ook bij een zeer lage waarschijnlijkheid en blootstelling zijn teruggebracht, niet echt laag worden. Daardoor blijft het bedrijf gestimuleerd worden verder maatregelen te treffen om de kans op zo’n ernstig effect verder te verkleinen.

Wanneer toch voor de methode van Kinney & Wiruth of de methode van Fine wordt gekozen, kan bij de kans op een zeer ernstig letsel of dode, een ondergrens aan de risicoscore worden gesteld.

Wettelijke voorschriften
Deze wegingsbenadering zou echter niet altijd zo kunnen worden toegepast. Voor wetsartikelen met minimumvoorschriften waar de Arbowet verwijst naar bijvoorbeeld het Arbobesluit, zou eigenlijk direct actie moeten worden ondernomen (de deterministische werkwijze). De wetsartikelen met minimumvoorschriften staan niet toe dat er met kansen wordt gewerkt en er op basis van een risicoweging bepaalde activiteiten pas na langere tijd volgens een plan van aanpak gefaseerd worden uitgevoerd.

Maar wat te doen als er toch veel wettelijke voorschriften nog niet goed worden  nagekomen? Niet alles kan tegelijkertijd worden gedaan. Een prioritering is dan toch gewenst.

Op basis van de wet kan dan een ranking worden aangebracht in groot, midden en klein. Met de index w erachter wordt dan aangegeven dat het om een overtreding van een wettelijk voorschrift gaat.

Gw >>> Een overtreding van een wettelijke bepaling, waarbij sprake is een zware overtreding (ZO) of een ernstige overtreding.

Mw >>> Een overtreding van een wettelijke bepaling waarvoor direct een bestuurlijke boete kan worden gegeven: ODB: overtreding directe boete. Overtredingen die de directe aanleiding zijn geweest voor een arbeidsongeval vallen ook onder deze categorie.

Kw >>> Een overige overtreding (OO), waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven of een eis wordt gesteld en pas in tweede instantie, nadat is geconstateerd dat de betreffende tekortkoming niet is opgeheven, wordt overgegaan tot boeteoplegging.

Boetebedragen
Aan de overtredingen zijn boetebedragen gekoppeld. In de Staatscourant 24962 van 11 december 2012 is het SZW-besluit van 27 november 2012 over de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving gepubliceerd. Voor iedere overtreding gelden verschillende normbedragen. Er zijn zo’n duizend verschillende overtredingen specifiek omschreven met ieder hun normbedrag. De hoogte van de boetes wordt mede bepaald door factoren als het aantal overtredingen, of de overtredingen meermalen voorkomen, het aantal werknemers binnen het bedrijf, de ernst van het letsel, de zwaarte van de overtreding (ZO) etc. Deze factoren leggen een vermenigvuldigingsfactor op aan het normbedrag. Aan opgelegde boetes zit een minimum en een maximum.

De ondernemer wordt hiermee een goed beeld getoond van de ernst en hij kan vervolgens op basis daarvan prioriteiten stellen. Zo kan hij beslissen om bewust een bepaalde risicovolle situatie in stand te houden ondanks de dreiging van een boete. Dit omdat de investering om dat aan te pakken onevenredig groot kan zijn.

Beleidszaken
Ook voor beleids- en organisatorische zaken (hierna aangeduid als beleidszaken) kunnen de rankingsmethoden niet worden toegepast omdat er geen sprake is van concrete scenario’s.

Beleidszaken kunnen ook worden gezien als de organisatorische zaken die binnen het bedrijf goed geregeld moeten zijn om te voorkomen dat op de werkplekken concrete risico’s ontstaan. Beleid en organisatie scheppen de randvoorwaarden voor de veiligheid op de werkvloer. Voorbeelden van beleidszaken zijn: taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden (en middelen), arbo bij inkoop, structureel onderhoud, inwerken nieuwe medewerkers, voorlichting en onderricht, toezicht, procedures, enz.

Om aan deze zaken toch een classificatie toe te kennen, kan onderstaande indeling in groot, midden en klein (met de index b van beleid erbij) worden gehanteerd.

Gb >>> Beleid ontbreekt of grote afwijking met het gewenste of noodzakelijke beleid.

Mb >>> Beleid is beperkt aanwezig of nog maar beperkt geïmplementeerd.

Kb >>> Beleid is wel aanwezig, maar nog niet helemaal geïmplementeerd, verbeteringen zijn mogelijk.

Samenvattend
Op basis van de boven beschreven klassen kunnen dan de volgende schema’s worden gehanteerd.

Wet

Gw

Mw

Kw

Beleidszaken

Gb

Mb

Kb

Concrete risico’s op de werkplek

G

M

K

Let op: dit zijn eigenlijk drie tabellen. Alle combinaties in deze tabellen zijn mogelijk.

Een voorbeeld
In een kantoorsituatie liggen onder de bureaus losse snoeren en stekkerdozen op de grond. Dit vormt een risico voor de medewerkers. Als scenario wordt beschouwd: door de losse snoeren kan de vloer niet goed worden schoongemaakt, waardoor de vloer kan vervuilen en groei van micro-organismen kan optreden. Dit kan op den duur tot het ontstaan van allergieën leiden en ziekteverschijnselen tot gevolg hebben.

·         Vanuit het concrete werkplekrisico wordt met de wegingsmethode van Kinney& Wiruth de volgende risicoklasse gevonden E=3, W=3, B=6, R=3x3x6=54, risicoklasse K (klein).

·         Vanuit beleidsmatig/organisatorisch oogpunt geldt het volgende. Wanneer als beleid ‘Orde en Netheid’ geldt, is deze situatie van losse snoeren een afwijking van dit beleid. Dit kan geclassificeerd worden als midden afwijking van het gewenste of noodzakelijke beleid (beleid is beperkt aanwezig of nog maar beperkt geïmplementeerd). Dus catego­rie Mb (midden).

·         Vanuit de wet bekeken geldt hier artikel 3.2 lid 1 van het Arbobesluit vanwege de eis om de werkplek zoveel mogelijk vrij te houden van stof. Dit wordt gezien als Overige Overtreding. Dus categorie Kw (klein).

Resumerend wordt de ranking: K, Mb en Kw. Dus een klein concreet werkplekrisico, een middencategorie qua afwijking van het be­drijfsbeleid en een lage categorie qua wettelijke overtreding. Zo zijn alle varianten mogelijk afhankelijk van de situatie. In het plan van aanpak kunnen deze verschillende wegingen kunnen worden opgenomen, zodat de bedrijfsleider een goede afweging kan maken.

Resultaat
Met zo’n genuanceerd beeld waarin gedifferentieerd wordt in concrete, wettelijke en beleidszaken, zouden veel onplezierige situaties van de afgelopen jaren niet hebben plaatsgevonden. Dit zijn situaties waarbij op basis van de weging van het concrete werkplekrisico door de arboprofessional op een zeer klein risico was uitgekomen en vervolgens het bedrijf bij een ongeval met een zeer grote boete en schadeclaim werd geconfronteerd.

Bijvoorbeeld
Bijvoorbeeld bij een machine ontbreekt een afscherming voor bewegende delen. Omdat de machine slechts sporadisch en dan nog slechts korte tijd wordt gebruikt (dus zeer kleine factor B), was op een zeer klein risicogetal uitgekomen (ondanks de mogelijke grote waarde van E). Vervolgens is er geen actie op ondernomen: het is immers een klein risico. Er vindt een vervelend ongeval met de machine plaats waarbij een medewerker ernstig letsel oploopt. De Inspectie SZW treedt handhavend op en als vervolg daarop een hoge boete en een civielrechtelijke schadeclaim van het slachtoffer.

De werkgever dacht op basis van de RI&E juist keurig conform de regelgeving te hebben gehandeld, omdat er uit de ranking een klein risico naar voren kwam. Toch wordt het bedrijf zwaar beboet. Dit omdat het ontbreken van afscherming voor de bewegende delen van de machine als een zware overtreding wordt gezien. De gebruiksduur van de machine is daarin geen factor.

Wanneer in de RI&E was aangegeven dat het weliswaar om een zeer  klein concreet werkplekrisico ging, maar dat wel sprake is van een zware wettelijke overtreding, was de afweging van de bedrijfsleider wellicht anders geweest. 

Wim van Alphen

Ga terug naar home